Sarah

June 17th, 2009

katoenplantage Sarah aan de Coroniaanse kust
Opperdistrict Nickerie, lot 212 en 213
volgorde der plantages: (van oost naar west)
Inverness – Hamilton – Welgelegen – Moy – Perseverance – Maryshope – Totness – Friendship – Bantaskine – John – Bella drum – Johanna Maria – Groot en klein Novar – Salem – Clyde – Leasowes – Sarah – Burnside

Auteurs: Dennis Lee-Kong & Philip Dikland, 2001 – 2004.

chronologie:

1801 – J.H. Dietzel

In 1797 – 1802 vonden de grote uitgiftes aan de Saramacca en de zeekust plaats. Lot 212 en 213 werden uitgegeven aan respectievelijk J.H. Dietzel. Het is onbekend of hij de gronden zelf heeft gecultiveerd.

1821 – J. Bent (almanak 1821)

In 1821 was de katoenplantage Sarah het eigendom van J. Bent. F. Bassano was de directeur, en A. Charrurier verzorgde de administratie. Bent was voorts eigenaar van de onbebouwde percelen 223 en 224 (Totness), en de plantages Descanzo, Pietersburg en Domburg aan de Surinamerivier.

1843 – J. Bent (almanak 1843)

De katoenplantage Sarah (1000 akkers, 242 slaven) was nog steeds het eigendom van J. Bent.. Directeur op de plantage was W. Whitcombe, en de administratie was in handen van C.J. Farwell.
In 1843 was Bent de bezitter van in totaal 7 plantages.

1854 – erven J. Bent

De administratie werd gevoerd door het zesmanschap Th. Green, W.P. Austin, H.J. Blancke, A. Dessé, J.J. Hemith en W.E. Rühmann. Het lijkt erop dat iedere erfgenaam een eigen administrateur had benoemd.
De slavenmacht bestond uit 300 mensen, en voorts werkten er 3 vrije arbeiders op de plantage.

1856 – Anthony Dessé

Anthony Dessé was – veel meer nog dan zijn voorganger Bent – een grote plantage-eigenaar. Hij was in 1854 eigenaar van een drie katoenplantages in Coronie en Nickerie: Leasowes & Clyde (stoom, 322 slaven), Good Intent (141 slaven), en Inverness (56 slaven). In 1856 en 1857 kocht hij de katoenplantage Sarah (stoom, 300 slaven), en de suikerplantage Paradise (stoom, lopende banden, 296 slaven), en tenslotte werd in 1864 in Saramacca de grote plantage Catharina Sophia aangekocht (stoom, 600 slaven). (v. Stipriaan, bronnen 1.4)

1863 – emancipatie

Ten tijde van de emancipatie waren Sarah en Leasowes beide in handen van Anthony Dessé (Nickerie, op dat moment in Europa). Deze ontving de volgende “tegemoetkomingen” :
F 95.400,- en F 600,- voor de 320 slaven op Sarah,
en F100.200,- en F3000,- voor de 344 slaven op Leasowes
De gegevens van de geemancipeerde slaven moeten nog nader worden uitgezocht.

Na 1863 – contractarbeid

De plantage Sarah & Leasowes trok in totaal 120 brits-indische contractarbeiders aan. De aanvoer was onregelmatig: de meeste arbeiders werden geworven in 1873 / 74, en daarna nog enigen in 1884. De eigenaren / gezagvoerders in die tijd waren :
1873 – 1874 – D.E.Oldfield (plantage Sarah & Leasowes)
1884 – wed. E. Oldfield-Dessé (pl. Sarah & Leasowes en Mary’s Hope)

1889 – E. Van Lierop geb. Dessé (almanak 1889)

Sarah & leasowes was voor 114 hectares in cultuur gebracht. De eigenaresse administreerde de plantage zelf. C.T. Elmondt was de gezagvoerder op de plantage. De plantage produceerde in 1888 ca, 20 ton cacao en 70.000 kokosnoten.
Mevr. Van Lierop was eveneens eigenaresse van de plantage Mary’s Hope.

1908 – 1909 – Evangelische Broeder Gemeente (almanakken 1908 en 1909)

Sara & Leasowes was het eigendom van de evangelische broeder gemeente. G. Kruger was de administrateur, en S. Prellwitz de directeur. Op de plantage werkten 9 arbeiders. Het hoofdproduct was kokos.
Enkele jaren later, in 1914, bezocht H. Weiss de plantage. Hij schrijft hierover :
“… ‘s Namiddags van dezelfde dag bezochten wij de familie Prellwitz op de plantage Leasowes. Broeder Prellwitz heeft groote klappertuinen aangelegd en ‘t is te hopen, dat de bereiding der palmolie, waarop men zich wil toeleggen, mede zal bijdragen, om deze zoo schoone streek ook economisch vooruit te brengen. Onze broeder tracht ook afwateringskanalen aan te leggen en zoo ‘t drassige land voor den aanleg van nieuwe klappertuinen geschikt te maken …”

1909 – 2004 – onbekend

2004 – de monumenten

Noch op Leasowes, noch op Sarah zijn er monumentjes bewaard gebleven.

bronnen:

1 – boeken en artikelen

1.1 – encyclopedie Nederlandsch West-Indie – 1917
p.229 gegevens Coronie

1.2 – Andre Loor
Verbonden, suriname en DSB, 1865-1990 – uitg. DSB, 1990

1.3 – H. Weiss
vier maanden in Suriname – Nijkerk, 1915

2 – databases op het internet

2.1 – Heinrich Helstone, Okko ten Hove e.a. – database emancipatieregisters 1863

2.2 – Maurits Hassenkhan e.a. – databases Chinese, Hindustaanse en Javaanse immigratie

3 – archief Dienst der Domeinen, Paramaribo

1801 – resolutie lot no. 212-213
Alzoo J: H: Dietzel zich aan ons bij requeste heeft geaddresseerd en te kennen gegeeven, dat hij geinformeerd zijnde er tusschen de rivieren Copename en Correntijn nog eenige landen leggen die door ons aan de ingezeeten ter culture begeeven werden, dat hij eenige slaaven in eigendom is bezittende waarmeede indien hij zig met 2 dier perceelen landen zag begunstigd, zijn tijdelijk bestaan werkelijk kan bevorderen.
Weshalven hij verzogte dat hem mag werden geconcedeerd de perceelen land bekend onder no. en de nodige warrand daarvan verleend.
Zo is ‘t dat wij hebben goedgevonen te vergunnen en concedeeren gelijk wij vergunnen en concedeeren aan J: H: Dietzel omme in allodialen eigendom op te neemen en erffelijk mogen bezitten de perceelen land geleegen tusschen de rivieren Copename en Correntin op de generaale schetskaart daarvan zijnde bekend onder no. 212 & 213 ter groote van 1000 akkers met een face van 60 kettingen,
ende zulx onder de navolgende voorwaarden.
Fiat insertio de conditien als bij de warrand van J: Kuvel & J: D: Hoeuft pagina 265.
Aldus gedaan en met ons zegel bekrachtigd alhier aan Paramaribo den 30 september 1801
/ was getekend / J. F. Friderici
/ onderstond / ter ordonnantie van de heer gouverneur
/ en getekend / J: Pringle secretaris
nevens appositie van ‘t zegel van de heer gouverneur in een witte ouwel met een papiere ruijt overdekt
accordeert met sijn origineel
Levij Davids gesw: clercq

1805 – meetkaart
By virtue of a warant granted to J: H: Dietzel Esquire by his excellency J: F: Friderici governor general of the colony of Surinam and its dependencies dated the 30 of september 1801
I the undersign’d sworn landmeasurer declare to have measur’d a certain piece of land lying on the seacoast between the rivers Courantyn en Copename being 1000 acres and on the general chart known by nos 212 en 213 and to have plac’d three posts on the upper and lower lines with a front of sixtij chains divided and bounding agreeable to the annexed figure ABCDEF
Surinam this 29 of september 1805
Sam Ricketts
geregistreerd in het prothocol van geregistreerd kaarten en waranden van Paramaribo, Saramacca, Copename en omleggende gronden no. 92 folio 357 ter secretarij van Suriname en berusten
Paramaribo den 6 november 1818
B: P: Schouten

1825 – meetcertificaat
Certificaat
Relatief twee perceelen land gelegen aan de zeekust dezer kolonie tusschen de rivieren Coppename en Corantijn bekend op de generale schetskaart onder de no. 212 en 213 tegenswoordig genaamd de plantage Sarah belendende aan de no. 211 en 214
1. Van deze perceelen land is warand verleend door den gouverneur Frdiderici aan J: H: Dietzel den 30 september 1801 denzelven is te vinden in het waranden boek ter gouvernements secretaris aanwezig no. 26 fo. 677 doch door den landsheer niet geapprobeerd
2. De kaart dezer perceelen land is getekend door den landmeeter Sam: Rickettes den 29 september 1805 doch niet geapprobeerd en niet op het gouverneur secretarie aanwezig, waarom ik van dezelve heb geformeerd twee copie kaart welken alsnu in triplo kan worden geapprobeerd
3. Deze perceelen land zijn groot 1000 akkers, hebben tezamen eene face van 60 kettingen, en zijn diep aan de oostlijn 160 ketting 11 voet, en aan de westlijn 165 ketting 44 voeten
Aldus gedaan en in triplo afgegeven alhier aan Paramaribo den
de geadmitteerde landmeeter
Mabe
geapprobeerd bij resolutie van zijne excellentie den heere generaal majoor gouverneur der kolonie Suriname van donderdag den 9 junij 1825 no. 204 de secretaris van het gouvernement

Comments are closed.