Belladron

June 17th, 2009

“Belladrum” katoenplantage

Opperdistrict Nickerie, lot 219
volgorde der plantages: (van oost naar west)
Inverness – Hamilton – Welgelegen – Moy – Perseverance – Maryshope – Totness – Friendship – Bantaskine – John – Bella drum – Johanna Maria – Groot en klein Novar – Salem – Clyde – Leasowes – Sarah – Burnside

Auteur: Philip Dikland, 2004.

1801 – Benjamin Toppin (lot no. 219)

In 1797 – 1802 vonden de grote uitgiftes aan de Saramacca en de zeekust plaats. Lot 219 (Belladron) werd uitgegeven aan Benjamin Toppin. Het is onbekend of deze de gronden zelf heeft gecultiveerd.

1821 – S. Rickets, J. Hewitt (almanak 1821)

Lot 218 (Johanna Maria) en 219 (Belladron) behoorden beide aan S. Ricketts en J. Hewitt. De gronden waren onbebouwd.

1843 – J. Macdonald (almanak 1843)

De katoenplantage Belladron had een slavenmacht van 26 mensen. De eigenaar was tevens directeur en administrateur.

1854 – G. Cruden (v. Sijpesteyn)

De eigenaar G. Cruden was niet de directeur op zijn eigen plantage, maar wel directeur van de grote plantage Sarah 4 km. verderop. Directeur op Belladron was W. Matthews. Er waren 22 slaven en verder 1 vrije arbeider.

1863 – emancipatie

De emancipatiegegevens van de plantage moeten nog nader worden uitgezocht. Na de emancipatie werden geen hindustaanse of javaanse contractarbeiders geworven.

1889 – J.E. Dieffenthaller geb. Cruden & C.A en G.T. en J.A. Cruden (almanak 1889)

De plantage was 214 hectare groot, waarvan 36 in cultuur. Bananen en kokos waren de hoofdproducten. De weduwe G. Cruden geb. Ferrier was de gezagvoerder.

1908 – K. Cruden c.s.

De gezagvoerder op de plantage was K. Cruden ; de administratie was in handen van K.A. Cruden.

1909 – S.J. Gefferie (almanak 1909)

Gefferie was tevens de eigenaar van buurplantage Johanna Maria. Hij woonde op de plantage en beheerde deze zelf. Cacao, bananen en cocosnoten waren de plantageproducten. In 1907 werkten er 96 arbeiders ; waarschijnlijk werkten deze niet alleen op Belladron, maar tevens op Johanna Maria.

2004 – de monumenten

Philip Dikland maakte in 2003 een uitgebreide fotoserie van alle traditionele woningen in Coronie. Het zijn unieke monumentjes, maar geen van alle beschermd, en ze zullen spoedig verdwijnen.

bronnen:

1 – boeken en artikelen

1.1 – encyclopedie Nederlandsch West-Indie – 1917
p.229 gegevens Coronie

1.2 – Andre Loor
Verbonden, suriname en DSB, 1865-1990 – uitg. DSB, 1990

2 – archief Dienst der Domeinen, Paramaribo

Alzoo Benjamin Toppin zig aan ons bij requeste heeft geaddresseerd en te kennen gegeeven, dat hij suppliant verneemende er op de zeekust nog eenige landerijen onbegeeven zijn en wenschende een perceel derzelve te bezitten ten einde een catoen plantagie aan te leggen.
Weshalven hij verzogte dat hem mag werden geconcedeerd ‘t perceel land bekend onder no. en de nodige warrand daarvan verleend.
Zo is ‘t dat wij hebben goedgevonden te vergunnen en concedeeren gelijk wij vergunnen en concedeeren aan Benjamin Toppin omme in allodialen eigendom op te neemen en erffelijk mogen bezitten het perceel land gelegen tusschen de rivieren Coppename en Correntijn op de generaale schetskaart daarvan zijnde bekend onder no. 219 ter groote van 500 akkers met een face van 30 kettingen,
ende zulx onder de navolgende voorwaarden.
Fiat insertio de conditien als bij de warrand van J: Ogle pagina 258.
Aldus gedaan en met ons zegel bekrachtigd alhier aan Paramaribo den 30 september 1801
/ was getekend / J. F. Friderici
/ onderstond / ter ordonnantie van de heer gouverneur
/ en getekend / J: Pringle secretaris
nevens appositie van ‘t zegel van de heer gouverneur in een witte ouwel met een papiere ruijt overdekt
accordeert met sijn origineel
Levij Davids gesw: clercq
(Belledrum)

  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.